Energie in de Beemster

Ontwerpstudie naar de mogelijkheden voor duurzame energie in UNESCO Werelderfgoed

Opdrachtgever
gemeente Purmerend
Planvorming
2024
Locatie
De Beemster, Noord-Holland

De energietransitie heeft overal in het land grote ruimtelijke implicaties. Windturbines, zonnevelden, batterijcontainers, warmtenetten, mestvergisting: het zijn ontwikkelingen die ons gaan helpen om van fossiele brandstof af te komen én die een grote invloed hebben op de beleving van ons landschap.

Voor de Beemster als UNESCO Werelderfgoed vraagt deze opgave extra aandacht. We hebben hier te maken met een levend landschap, waar agrariërs en andere ondernemers mee willen met de tijd. Tegelijkertijd is het karakteristieke Beemsterlandschap terecht op verschillende niveaus beschermd.

Met de ontwerpstudie ‘Energie in de Beemster’ onderzochten we daarom de volgende vraag: Hoe kunnen we duurzame energie een serieuze plek geven in de Beemster, waarbij we tegelijkertijd de kernkwaliteiten van het UNESCO werelderfgoed behouden en waar mogelijk versterken?

De grote openheid van de Beemster

De Beemster en duurzame energie

Het karakteristieke landschap van de Beemster is vastgelegd met zogeheten Outstanding Universal Values (OUV). Voor de Beemster zijn dit:

1. Het unieke, samenhangende en goed bewaard gebleven, vroeg zeventiende-eeuwse (landschaps)architectonische geheel van de droogmakerij De Beemster

2. De Grote Openheid

3. Voor zover het werelderfgoed De Beemster samenvalt met het werelderfgoed De Stelling van Amsterdam, zijn de uitgewerkte universele waarden van het werelderfgoed De Stelling van Amsterdam tevens van toepassing op het werelderfgoed De Beemster.

Deze kernkwaliteiten zijn goed beleefbaar. Duurzame vormen van energie plaatsen in de Beemster betekent zowel het in standhouden van de kernkwaliteiten van het werelderfgoed, als het omgaan met de aanvullende ruimtelijke karakteristieken van de Beemster.

De duurzame energievormen die zijn geïnventariseerd in deze ontwerpstudie zijn windenergie, zonne-energie, opslag en mestvergisting. Hoe deze verschillende energievormen kunnen landen in het landschap van de Beemster is onderzocht aan de hand van drie scenario’s.

Energie-erven langs de linten: Door een zorgvuldige inpassing van duurzame energie op het erf door middel van bijvoorbeeld een groene rand om het erf heen, wordt de ruimtelijke kwaliteit van de Beemsterlinten hoger.

Drie scenario's

De ontwikkelingen voor duurzame energie zijn te verdelen in drie schalen en drie bijbehorende scenario’s:

1. Energie-erven langs linten

Hier wordt energie ingepast op erfniveau. De mogelijkheden voor duurzame energie in de linten zijn kleinschalig en in te passen op de erven aan de linten. Denk hierbij aan kleine windturbines achterop het erf of zonnepanelen op daken van schuren.

2. Energie-hubs in de polder

Als alternatief voor het oplossen van het energievraagstuk op erfniveau kan ook worden gekeken naar grotere energie-hubs in de polder. Zoals een open zonneveld in de meer onregelmatige poldermantel, of een energielandgoed in de meer besloten zuidoosthoek van de Beemster

3. Windmolengangen langs de polderrand

Dit is de schaal van grote oplossingen. Zoals de plaatsing van grote turbines en grootschalige zonnevelden. Voor de ruimtelijke beleving van de Beemster is de ringdijk van grote waarde.

Energie-hubs in de polder: De onregelmatige poldermantel biedt kansen voor een groter zonneveld in het open landschap. Het meer besloten Zuidoostbeemster biedt kansen voor een energie-landgoed.

Het laatste scenario was ruimtelijk niet wenselijk. De schaal van een grote windturbine past niet bij de schaal van het Beemsterlandschap.

De eerste twee scenario’s zijn wél verder uitgewerkt in ruimtelijke bouwstenen en ontwerpprincipes voor het plaatsen van zonnepanelen en kleine windturbines in UNESCO Werelderfgoed de Beemster.

Ruimtelijke bouwstenen en

ontwerpprincipes

Met ruimtelijke bouwstenen en ontwerpprincipes is getoetst onder welke voorwaarden duurzame energie een plek kan krijgen, zonder het aantasten van kernkwaliteiten en met het bieden van een meerwaarde voor de ruimtelijke kwaliteiten van de polder. De principes variëren van plaatsing van kleine windturbines, zonnepanelen en energie-opslag op het erf, tot uitgangspunten voor een energielandgoed in Zuidoost Beemster.

Uit de onderzochte casussen bleek dat een kleine windturbine onderdeel wordt van het erfensemble, wanneer de voet van de molen uit het zicht valt. Aangezien elk erf anders is vraagt dit om maatwerk.
Windturbines worden altijd aan de achterzijde van het erf geplaatst. Windturbines worden niet in andere doorzichten over het erf naar het achtergelegen open landschap geplaast.
Houd de molenbiotoop vrij van windturbines
Het energielandgoed wordt ingericht als een ‘nieuw’ landgoed, waar naast opwek van energie ook gerecreëerd kan worden en een bijdrage wordt geleverd aan biodiversiteit.

Publicatie

Wilt u meer weten over het ontwerpend onderzoek 'Energie in de Beemster' en de aanbevolen ontwerp principes en bouwstenen?

Soortgelijke projecten

Terug naar alle projecten

Text